“Kleine” uitgaves, grote gevolgen.

De laatste tijd lijken de onderwerpen voor deze blog constant op te borrelen. Zonder overdrijven staan er zo ongeveer 100 artikels in de wacht om afgewerkt en gepubliceerd te worden. Tijdens mijn nieuwe “vrijetijds” job als fietskoerier, of een zoveelste niet altijd even nuttige, ‘zoom’ vergadering voor het werk, of zoals laatst op de trein voor een tripje Ardennen (met dank aan de gratis treinkaart van onze overheid): er is weinig nodig om de gedachten te laten afdwalen richting wat ik echt belangrijk vind.

De verklaring is eenvoudig: gewoon door om me heen te kijken word ik er telkens weer aan herinnerd hoe, schijnbaar lichtzinnig, mensen het geld door ramen en deuren naar buiten gooien. Wanneer ik een collega die net aan de eerste job begint, met de nieuwe Macbook bezig zie (en ik nog steeds deze blog schrijf met een refurbished laptop van € 250), hoe iedereen opeens € 50.000 op overschot lijkt te hebben voor een huis met tuin (lockdowns gaan heus wel voorbij…), hoe dure afhaalmaaltijden plots de norm lijken te worden,… Prikkels in overvloed die me telkens weer met de neus op de feiten drukken en waardoor ik meteen weer weet waarom ik een paar maanden geleden aan deze blog begonnen ben. Onze strijd is nog niet gestreden.

Elke onnodige uitgave is er één te veel.

Vermoedelijk is één van de belangrijke drijfveren van verkwisting de grootte van de uitgave. “Wat is de impact nu van dat ene restaurantbezoekje? Of die ene paar extra schoenen?” zijn ongetwijfeld de goedpraters die door het hoofd van de verkwister schieten. En wanneer mensen dus een poging doen om te besparen, is het een natuurlijk reflex om eerst te kijken naar de grote uitgaves. Klinkt logisch, daar is toch de meeste winst te boeken?

Akkoord, maar niet helemaal. Uiteraard heeft het maken van een “fout” bij een grote uitgave wel ingrijpende gevolgen. Eénmalig € 5 te veel uitgeven heeft minder impact dan € 50.000 te veel uitgeven. Kleine foutjes maak je trouwens sowieso. Zo goed als wekelijks (vroeger dagelijks) geef ik geld uit zonder dat het een noemenswaardige meerwaarde betekent. Een frituurbezoek wanneer er nog een goedkope en voedzame maaltijd in de koelkast ligt te wachten, betalen voor verwarming wanneer een gratis trui voorhanden is, die net iets te dure lamp die eigenlijk hetzelfde licht geeft,… Ook voor mij zijn er verleidingen of slordigheden die door de mazen van de automatische filter glippen. Gelukkig hebben die fouten amper een impact wanneer 99 % van je uitgaves een meerwaarde voor je leven betekenen en de overige 1 % niet gaat over een grote uitgave (bv. een huis). Het zou trouwens absurd zijn om te focussen op die kleine uitspattingen wanneer je bankrekening elk jaar aandikt met vele duizenden euro’s.

De clue van het verhaal is: er zijn geen grote en kleine uitgaves. Wanneer je voor jezelf de gewoonte aanleert om gewoon alles naar waarde te schatten, wordt het op de duur een automatisme. Trouwens, grote uitgaves kunnen meer gerechtvaardigd zijn dan de kleine. € 10.000 meer betalen voor een droomhuis waar je je hele leven genot van zal hebben, kan in bepaalde opzichten slimmer zijn dan elke maand een paar schoenen kopen die je niet draagt. Deze blog gaat dan ook niet over besparen als in “zo weinig mogelijk geld uitgeven.” Het gaat over het minder geld uitgeven aan brol, aan zaken die niets toevoegen aan ons leven of de maatschappij.

Koffie: het symbool van verkwisting.

Ik ga de grote uitgaves op deze blog dus allerminst uit de weg. Het is echt belangrijk om in te zien dat de impact van fouten bij éénmalige, grote financiële beslissingen (bv. je woning) niet te onderschatten is. Maar ook kleine uitgaves spelen een rol, omwille van een andere reden: we doen ze vaker. En dat creëert een gewoonte, aangeleerd gedrag dat vrij gemakkelijk zijn weg vindt naar elke uitgave en weer afgeleerd moet worden. Ik moest niet zo lang zoeken naar het perfecte voorbeeld: koffie.

Zelf hou ik van koffie (of warme dranken in het algemeen, zeker tijdens de koude dagen als deze). Misschien iets erfelijks. Mijn vader is een fervente koffiedrinker. Ik herinner me nog levendig het stevige ochtendhumeur en bijbehorende portie gemopper wanneer de koffie op bleek te zijn. Maar hij is duidelijk niet alleen. We leven op z’n zachtst gezegd in een koffieverslaafde regio. Overal waar je komt wordt koffie gedronken: thuis, op het werk, op café, tankstations,…

Voor iemand die financieel vrij wil worden is het grote voordeel aan koffie dat het een vrij goedkoop product is. Het hangt er een beetje van af, maar als je standaard kwaliteit filterkoffie zet met een eenvoudig koffieapparaat, heb je al een kop koffie voor enkele centen. Fantastisch toch?

Zeker. Maar die koffie lijkt voor velen niet te bestaan. We betalen woekerprijzen. Uit een enquête die Panos uitvoerde bij koffiedrinkers blijkt dat 37 % van de uit huis drinkende koffiedrinkers wekelijks gemiddeld tussen de € 5 en € 10 en 24 % maar liefst tussen de € 11 en € 25 uitgeeft. Als je weet dat ongeveer 80 % van de Belgen geregeld koffie drinkt, kunnen we een kleine schatting maken van wat we als land spenderen, enkel nog maar aan koffie buitenshuis. Hou je even vast:

Naar schatting 8 800 000 (80 %) van de Belgen drinkt koffie. 82 % van hen geeft aan ook koffie buitenshuis te drinken. Dat wil zeggen dat:

2.669.920 Belgen in totaal naar schatting € 20.024.400 per week uitgeven (2.666.920 x € 7,5) en 1.731.840 Belgen in totaal naar schatting € 31.173.120 per week uitgeven (1.731.840 x € 18).

Alles samen geven zij dus € 51.197.520 per week, of maar liefst € 2.662.271.040 (jawel: meer dan 2,5 miljard euro) per jaar uit aan een product dat bijna niets kost. Waanzin.

(Kleine kanttekening. Het is niet helemaal duidelijk wie de enquête juist ingevuld heeft. Als de bevraging gebeurde in een koffiebar zijn de resultaten waarschijnlijk overdreven. Uiteraard moet je de basisprijs (stel dat diezelfde mensen koffie thuis zouden drinken kost dit ook iets) hier van aftrekken. Toch schat ik de kans hoger in dat het (in een normaal jaar waar de horeca op volle toeren draait) nog een onderschatting is.

2,5 miljard euro… (is dat het waard?)

De doorwinterde koffiebar bezoeker die dit leest zal ongetwijfeld opmerken dat je een koffie buitenshuis toch niet kan vergelijken met zo een standaard, “smaakloze” koffie die je thuis zelf zet. Alles er rond, de gezelligheid, de sfeer, de kwaliteit van de koffie,… speelt toch ook een rol, en is toch wel iets extra waard?

Wel, het is niet “iets”. Die kleine 2 miljoen Belgen die tussen de € 11 en de € 25 euro per week uitgeven? Dat is zo een € 1000 per persoon / jaar. Geïnvesteerd aan een rendement van 5 % / jaar (wat je makkelijk haalt), is dat een slordige € 230.000 over een periode van 50 jaar (of voor wie 50 jaar wat lang vindt, nog altijd een kleine € 15.000 na 10 jaar).

Net zoals bij je internetabonnement of om het even welke “kleine” uitgave zijn de gevolgen dus enorm. Elke koffie die meer dan een paar centen kost, verkleint de kans op financiële vrijheid aanzienlijk, bijna zonder dat je het zelf beseft.

Dus: denk even na… hoe lang moet je niet werken om dat bedrag bijeen te krijgen? Ben je echt bereid om je financiële vrijheid op te geven voor een paar “gezellige” koffies? Is dat het echt waard?

De nieuwe gewoonte.

Het is een typisch voorbeeld van hoe geld onze creativiteit en oplossingsvermogen in de kiem smoort. Van hoe we er blijkbaar in geslaagd zijn van een simpel, goedkoop en lekker product te transformeren naar iets dat er voor zorgt dat heel wat mensen nog ver verwijderd zijn van financiële vrijheid.

Als ik je zou zeggen dat je binnen 10 jaar € 15.000 krijgt om koffiebars te mijden? Zou je dan niet automatisch op het idee komen om met je vrienden gewoon een thermos koffie te vullen en een fantastische plaats in de natuur of de stad te zoeken (wat je in deze tijden meer en meer ziet gebeuren)? Zou dat kopje koffie thuis dan niet minstens even goed smaken?