Speculeren ≠ investeren!

Ik herinner me nog hoe een collega me kwam vertellen hoe gemakkelijk hij geld verdiende met het gokken op voetbalwedstrijden. Er zat zowaar een uitgewerkt financieel plan achter dat amper kon mislukken! (Is het je ook al opgevallen dat mensen je zelden komen vertellen over hun financiële tegenslagen? Je zou soms beginnen denken dat iedereen altijd met de vingers in de neus bakken geld verdient, maar dit terzijde…).

Uiteraard was het niet het moment om hem wat statistieken onder de neus te schuiven waaruit blijkt dat gokken zowat de snelste manier is om al zijn kansen op een rijk en vrij leven op te geven. Waarom zou hij ook luisteren naar iemand die hetzelfde werk doet en er niet echt bijloopt alsof hij zelf enig idee heeft? Komt nog eens bij dat hij misschien net een maandloon gescoord had vanuit zijn luie zetel. Zelfs de beste argumenten kunnen dan natuurlijk niet overtuigen…

Maar het gesprek wakkerde wel mijn nieuwsgierigheid aan: hoe groot is die “industrie” eigenlijk? Hoeveel mensen zoeken de weg naar het snelle en gemakkelijke geld? Hoeveel geld gaat er in om? Wat blijkt: de omvang en de impact van speculatief gedrag zijn gigantisch.

Wat is het?

Dit artikel gaat over meer dan gokken zoals we het ons allemaal voorstellen. Ook buiten de casino’s en naast het kopen van krasloten laten veel mensen zich verleiden tot speculatie.

Eigenlijk kan je met alles dat gekocht en verkocht wordt, speculeren. Het gaat dus niet enkel om de voor de hand liggende zaken. Net daarom is het fenomeen groter dan je misschien op het eerste zicht zou denken. Naast de traditionele vormen als casino’s en krasbiljetten zijn dit veel voorkomende vormen van speculeren:

  1. Het kopen van een huis, enkel en alleen om het later duurder te kunnen verkopen. Het gaat hier voor alle duidelijkheid niet om huizen die verhuurd worden, dan kan er wel degelijk meerwaarde gecreëerd worden. Hoeveel mensen zouden er overtuigd zijn van het feit dat hun eigen huis als bij wonder in waarde stijgt? (Artikel op komst :)).
  2. Bitcoin, goud,… (mijn haar komt al recht wanneer ik mensen hoor praten over het “investeren” in goud of bitcoin). Die zaken hebben op zichzelf natuurlijk geen of weinig praktisch nut en kunnen dus geen meerwaarde produceren.
  3. Kunst, verzamelingen, meubels,…
  4. In sommige gevallen: aandelen of andere financiële producten (als ze gekocht worden met het doel om op korte termijn winst te maken. In dat geval worden ze niet gekocht voor de intrinsieke meerwaarde die het onderliggende bedrijf kan genereren).
Wat is het probleem?

Elke vorm van speculatie is een spel. Een spel waarbij de winst van de ene altijd het verlies van de ander betekent. Bij speculeren wordt er namelijk nooit meerwaarde gecreëerd. Daar komt nog eens bij dat het georganiseerd moet worden, en dat de organisator dat uiteraard niet gratis doet. Het netto resultaat voor alle deelnemers aan het spel in zijn geheel is dus per definitie negatief. (Dergelijke activiteiten organiseren is in het verleden trouwens vaak een lucratieve investering gebleken).

Misschien heb je nu al door dat ik geen fan ben van om het even welke vorm van speculeren dan ook. Niet omdat er fundamenteel iets mis is met speculatie, wel omdat ik een voorkeur heb voor alles wat mensen een rijk en vrij leven kan schenken. En geld spenderen aan speculatie is simpelweg niet één van die zaken.

Waarom speculatie waarschijnlijk nooit zal verdwijnen.

Speculeren is van alle tijden. Misschien wel het beroemdste voorbeeld van speculatie die behoorlijk uit de hand liep is de tulpenmanie die in Nederland plaatsvond in de 17de eeuw. Op het hoogtepunt kon je sommige tulpenbollen inruilen voor een huis. Of hoe iets dat intrinsiek bijna geen waarde heeft, door speculatie en hebzucht kan uitgroeien tot een fenomeen waar een Nederlander toen gemiddeld tien jaar moest voor werken. (een tulp kan dan misschien mooi zijn en de boel wat opfleuren, maar ik vermoed dat iedereen het er nu alvast over eens is dat dat het niet waard is).

De absolute waanzin: mensen verkochten hun huis voor een bloem, voor iets dat intrinsiek amper waarde heeft.

Mensen worden blijkbaar van nature aangetrokken tot activiteiten die hen zonder veel moeite en op korte termijn veel geld kunnen opleveren. En van tijd tot tijd lukt dat ook. Bij elke vorm van speculatie zijn er ontegensprekelijk winnaars, die op de kap van de verliezers soms gigantische winsten maken. Hoe zotter de verhalen, hoe meer kans dat de situatie verder ontspoort. Mensen kunnen er over het algemeen niet goed tegen dat iemand anders, met vergelijkbare achtergrond, capaciteiten, opleiding,… zonder iets bijzonder te kunnen of doen veel rijker wordt dan zijzelf.

Daar komt nog eens bij dat speculanten altijd een arsenaal van argumenten klaar hebben om hun gedrag te rechtvaardigen en anderen te overtuigen. Deze heb je zeker al gehoord (of misschien ooit zelf gebruikt):

1. Er is toch altijd iemand die de jackpot wint?

Begrijp me niet verkeerd: er zijn effectief altijd winnaars. Logisch: anders zou niemand het spel spelen. En hoe zotter de verhalen, hoe groter de waanzin. Kijk maar naar de bedragen die de winnaars van euromillions of de eerste “bitcoinbelievers” verdienen. Maar bedenk dit: al het geld dat gewonnen wordt, wordt ergens anders verloren, ontegensprekelijk. Het geld komt niet uit de lucht vallen. Uiteindelijk (en dat kan lang, soms tot in de eeuwigheid duren…) zal de winst betaald worden door zij die verloren hebben. Wanneer je dan nog eens rekening houdt met het feit dat er vaak een organisator is die zijn deel wil, wordt het helemaal belachelijk.

2. Ik heb meer kennis over dit onderwerp dan wie ook. Ik weet wat ik doe, daarom zijn mijn kansen op winnen groter dan die van de competitie.

Dat is inderdaad mogelijk. Er zijn bv. zeker pokerspelers die het spel zo goed beheersen dat hun kansen ten opzichte van de competitie, met minder skills, vergroten. Maar vergeet nooit: iedereen die deelneemt aan welke vorm van speculatie ook, doet dit enkel met de verwachting om geld te verdienen (niemand speculeert om geld te verliezen, toch?). Iedereen denkt de slimste te zijn. Wat uiteraard nooit kan. Die overschatting van het eigen kunnen is een belangrijke oorzaak van veel onnodig leed…

3. Ik zet enkel kleine bedragen in, veel verlies kan ik dus niet maken...

… Maar veel winst ook niet (althans, de kans is in dat geval vaak groter dat je door de bliksem geraakt wordt). Hier wordt ook geen rekening gehouden met de opportuniteitskost van het speculeren. Je zou versteld staan wat het investeren van € 5 per dag in een breed gediversifieerd indexfonds je op termijn kan opleveren!

4. Speculeren is gewoon leuk.

Correct, het is dan ook een bron van entertainment. Meer dan dat mag het nooit zijn. Bij speculeren komen er heel wat stoffen vrij in onze hersenen die ons een goed gevoel geven. Dit zorgt er misschien voor dat sommige mensen onverbeterlijk zijn en zorgt uiteraard voor het verslavende effect.

Het grote probleem is dat een heel dure vorm is van entertainment (zeker als je dat geld zou investeren). En dat terwijl er zoveel andere (goedkope of gratis) manieren zijn om die stoffen in je hersenen vrij te maken…

Wat met dat indexfonds…?

Maar…… In een vorig artikel las ik dat geld investeren in een indexfonds zowat het beste is wat je met je geld kan doen. Dan hoop je toch ook gewoon dat de waarde stijgt? En er is toch ook een risico dat je je geld op het einde van de rit kwijt bent? Is de winst van de één ook niet het verlies van de ander? Hoe zit dat nu?

Aan de oppervlakte lijkt er inderdaad weinig verschil tussen het investeren in een indexfonds (of in andere productieve bezittingen), en speculeren. Maar wie goed kijkt, ziet dat de verschillen fundamenteel zijn.

Iemand die speculeert, koopt iets enkel en alleen met de hoop dat iemand anders er binnen een afzienbare tijd meer voor zal betalen. Mensen die een lotje uit de loterij kopen, hopen dat dat lotje later toegang geeft tot een groter bedrag (het lotje zelf produceert niets). Iemand die investeert kijkt naar de bezitting zelf om een rendement te bieden. Bv. bij het kopen van een aandeel in een bedrijf maak je de inschatting dat dat bedrijf in de toekomst intrinsiek meer waard zal worden (bv. omdat de inkomsten zullen stijgen door innovatie of een grotere vraag naar de producten). Als eigenaar van een klein deeltje van het bedrijf, heb je uiteindelijk recht op een klein deeltje van die meerwaarde. Zo ook bij een indexfonds: als de maatschappij vooruitgaat en de totale winst van de bedrijven in het indexfonds stijgt, wint iedereen die aandeelhouder is.

Bij een investering hou je dus geen rekening met hoeveel iemand je ooit zal betalen voor hetgeen je gekocht hebt, het is de bezitting zelf die de meerwaarde genereert!

Conclusie: rijke mensen investeren.

Er is maar één duurzame manier die je kansen op een rijk en financieel onafhankelijk leven substantieel vergroten en dat is je geld investeren in productieve bezittingen (opleiding, bedrijven, huis om te verhuren,…). Al de rest is speculeren, waarbij de kans groter is dat anderen (inclusief de organisator) met jouw geld aan de haal gaan dan omgekeerd. Er is niets mis met speculeren als vorm van entertainment (ik heb mezelf meer dan genoeg laten verleiden tot een spelletje poker onder vrienden), zo lang je beseft dat jij diegene bent die het spelletje waarschijnlijk zal betalen!


# Noot 1: Ik besef goed dat een een huis definiëren als een vorm van speculatie bij (toekomstige) huiseigenaren wel wat weerstand oproept. Een artikel is onderweg! (Het is absoluut niet zo dat een huis geen investering kan zijn, maar het hangt af wat je met het huis doet!)

# Noot 2: Gelieve geen berichten te sturen met de argumenten die alle speculanten gebruiken. Die worden immers netjes in dit artikel weerlegd! 🙂